Coffeeshop omkering bewijslast

Inkoopadministratie

Uit de feiten blijkt dat eiseres beschikt over een (hierna als primaire inkoopadministratie aangeduide) administratie waarin zijn opgenomen de inkopen van de onbewerkte softdrugs. Hierin is vastgelegd de inkoopdatum, de ingekochte hoeveelheid, de soort inkopen en de voor die inkopen betaalde prijs. Vaststaat dat de belastingdienst eiseres heeft verzocht deze primaire inkoopadministratie te overleggen, maar dat eiseres geweigerd heeft deze informatie te verstrekken.

Inlichtingenverplichting

De belastingdienst heeft eiseres meermalen gewezen op de gevolgen van het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting. Desondanks heeft eiseres niet de gevraagde informatie verstrekt. Aan verweerder zijn slechts de zogenaamde inkoopoverzichten verstrekt. In deze maandelijkse overzichten is opgenomen welke hoeveelheden softdrugs per soort in die maand buiten de shop zijn vervaardigd en vervolgens aan de shop zijn uitgeleverd. Daarnaast is het totaal in een maand voor inkopen contant betaalde bedrag hierin opgenomen, welk bedrag in de kasadministratie aan het eind van de betreffende maand als uitgave is verantwoord. De in de primaire inkoopadministratie opgenomen gegevens van de onbewerkte softdrugs (datum, soort, hoeveelheid en inkoopprijs) zijn hierin niet vermeld.

Omkering en verzwaring bewijslast

In beginsel brengt de weigering de primaire inkoopadministratie te overleggen een schending van artikel 47 van de AWR met zich mee, met als gevolg dat eiseres op grond van artikel 27e van de AWR in de positie komt dat zij dient de doen blijken dat en in hoeverre de bestreden uitspraken onjuist zijn.

Verzuim van voldoende gewicht

Voor de omkering en verzwaring van de bewijslast is echter wel vereist dat het verzuim van voldoende gewicht is om de sanctie te rechtvaardigen. De rechtbank overweegt dat in de onderhavige branche van coffeeshops inkoopfacturen veelal ontbreken en namen van leveranciers niet plegen te worden verstrekt in verband met de criminele aard van de activiteiten van de leverancier. De rechtbank is van oordeel dat het gedogen van het drijven van een coffeeshop, welke activiteit noodzakelijkerwijze raakt aan de illegale activiteit van de handel van cannabisproducten, in het algemeen met zich brengt dat van een coffeeshophouder in redelijkheid niet mag worden verwacht dat hij ter zake van de inkoop van softdrugs dergelijke inlichtingen aan de belastingdienst verstrekt.

Gegevens en inlichtingen verstrekken

Desalniettemin mag van eiseres worden verlangd dat zij de belastingdienst gegevens en inlichtingen verstrekt welke voor haar belastingheffing van belang kunnen zijn. De belastingdienst heeft gemotiveerd gesteld dat de primaire inkoopadministratie, waarover eiseres beschikt, van belang is voor de belastingheffing van eiseres. De belastingdienst heeft daartoe aangevoerd dat op basis van de dagelijkse inkoopadministratie inzage kan worden verkregen in de aangehouden voorraad en de voorraadmutaties in de voorraad die zich buiten de winkel bevindt (‘stash’). Zonder deze dagelijkse inkooplijsten heeft de belastingdienst geen inzage in de totale voorraad cannabisproducten en is het onmogelijk om aansluiting te maken met de geld- en goederenstroom binnen de onderneming. Eiseres is van mening dat voor het maken van die aansluitingen het verstrekken van de gecomprimeerde inkoopgegevens per maand volstaat.

Terecht inzage gevorderd

De rechtbank is van oordeel dat de belastingdienst terecht inzage in de primaire inkoopadministratie van eiseres heeft gevorderd. Voor controle van de juistheid van de door haar gedane aangiften is deze administratie van groot belang. De belastingdienst had hiermee immers kunnen controleren of de in het kasboek als contante inkopen geboekte uitgaven overeenkwamen met de aantekeningen in de primaire inkoopadministratie. Daarnaast had de belastingdienst kunnen controleren of boeking van de voor inkoop gedane uitgaven aan de juiste data in het kasboek tot onregelmatigheden (zoals negatieve kassen) zou leiden. Ook had de belastingdienst kunnen controleren of de hoeveelheid ingekochte onbewerkte softdrugs was aan te sluiten met de volgens de maandstaten in de stash (door middel van snijden en andere handelingen) vervaardigde en vervolgens aan de shop uitgeleverde voor verkoop gereed gemaakte producten. Met die primaire inkoopadministratie had de belastingdienst daarom in verdergaande mate dan thans het geval is kunnen controleren of eiseres bijvoorbeeld naast verkopen van softdrugs via haar shop, ook buiten die shop softdrugs heeft verkocht. De rechtbank acht daarom aannemelijk dat de volledige inkoopadministratie van belang is voor de belastingheffing van eiseres. Eiseres heeft met hetgeen zij daartoe heeft aangevoerd niet, althans onvoldoende, het tegendeel aannemelijk gemaakt.

Geen onjuistheden

De rechtbank neemt daarbij tevens nog in aanmerking dat verweerder ter zitting heeft verklaard dat voor zover de administratie ziet op hetgeen plaatsvindt in de shop hij geen onjuistheden heeft kunnen constateren, maar dat door het ontbreken van de volledige inkoopadministratie geen zekerheid omtrent de volledigheid van de geboekte omzet kan worden verkregen. Dit klemt eens temeer nu de belastingdienst met betrekking tot de overgelegde maandelijkse inkoopoverzichten onvolkomenheden en onduidelijkheden met betrekking tot de voorraad stash heeft geconstateerd en de door de belastingdienst opgestelde theoretische omzetberekening zakjes en de goederenbeweging softdrugs 2007 laten zien dat de geboekte omzet afwijkt van hetgeen theoretisch verwacht zou mogen worden.

Onvoldoende inzicht

De rechtbank is van oordeel dat door het enkel verstrekken van de gecomprimeerde inkoopgegevens per maand de administratie van eiseres onvoldoende controleerbaar is en dat deze onvoldoende inzicht verschaft in de met de verkoop van de cannabis gerealiseerde omzet. Van eiseres had daarom naar het oordeel van de rechtbank in het onderhavige geval in redelijkheid mogen worden verwacht dat zij de volledige primaire inkoopadministratie, weliswaar met uitzondering van de inkoopfacturen en namen leverancier, aan de belastingdienst had verstrekt.

Artikel 47 AWR

Eiseres heeft in haar pleitnota aangevoerd dat de door verweerder op grond van artikel 47 van de AWR gevraagde gegevens betrekking hebben op inkoopgegevens, waarvan de bewijslast op haar rust omdat deze tot een lagere belastingheffing zouden leiden. Ingevolge onder andere het arrest van de Hoge Raad van 18 februari 2011, LJN: BO4376, heeft het niet-ingaan op een uitnodiging van de belastingdienst om inlichtingen te verstrekken dan geen gevolgen voor het door eiseres te leveren bewijs en heeft de belastingdienst dan niet een belang als waarop artikel 47 van de AWR ziet. De rechtbank overweegt dat in dit geval de volledige inkoopadministratie door de belastingdienst ter inzage is gevraagd in verband met een voldoende onderbouwd vermoeden van afwijkingen van de gepresenteerde omzet. Onder die omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank voor de belastingdienst wel sprake van een belang als waarop artikel 47 van de AWR ziet.

Niet meewerken aan eigen strafvervolging

Wat betreft eiseres’ grief dat zij niet hoeft mee te werken aan haar eigen strafvervolging inzake het bezit van softdrugs op grond van de Opiumwet, stelt de rechtbank vast dat de vraag van de belastingdienst om overlegging van de inkoopadministratie uitsluitend is gesteld in het belang van de belastingheffing en dat deze daarmee het kader van artikel 47 van de AWR niet te buiten ging. Dat de belastingdienst mogelijk verplicht is om deze inlichtingen te verstrekken aan het Openbaar Ministerie doet daar, naar het oordeel van de rechtbank, niet aan af. Volgens vaste jurisprudentie leidt het voldoen aan een dergelijke inlichtingenverplichting niet tot zelfincriminatie (Hoge Raad 27 februari 2004, LJN: AF5556).

Fishing expedition

Eiseres heeft tevens aangevoerd dat zij, als er sprake is van een “fishing expedition”, ingevolge het arrest ‘J.B. vs Zwitserland’ (Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 3 mei 2001, nr. 31827/96, BNB 2002/26) niet verplicht is om de gevraagde gegevens te verstrekken. Dit standpunt kan eiseres naar het oordeel van de rechtbank niet baten, nu in geval van een concreet verzoek als het onderhavige met betrekking tot gegevens waarvan vaststaat dat eiseres daarover beschikt, niet kan worden gesproken van een fishing expedition als bedoeld in laatstgenoemd arrest.

Oordeel rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de belastingdienst met het opvragen van de volledige inkoopadministratie heeft geprobeerd een voldoende onderbouwd vermoeden van afwijkingen van de gepresenteerde omzet nader te onderzoeken. Van schending van enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur is, naar het oordeel van de rechtbank, dan ook geen sprake, te meer nu deze stelling door eiseres niet nader is onderbouwd. Dat eiseres tenslotte een zwaarwegend belang heeft jegens haar leveranciers om zo weinig mogelijk inlichtingen te verstrekken, die tot strafvervolging op grond van de Opiumwet van hen zouden kunnen leiden, geeft de rechtbank geen aanleiding tot een andersluidende uitkomst op dit punt. Eiseres heeft zich ter bescherming van dit belang weliswaar beroepen op een (terzake aanhangig) wetsvoorstel, maar overigens vindt deze bescherming (nog) geen steun in het recht.

Terecht omkering bewijslast

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het voorgaande dat eiseres niet heeft voldaan aan de ingevolge artikel 47 van de AWR op haar rustende inlichtingenverplichting. De belastingdienst heeft daarom op juiste gronden bij uitspraak op bezwaar de bedoelde omkering en verzwaring van de bewijslast toegepast.

LJN: BU9123, Rechtbank Leeuwarden , AWB 10/2418 tot en met 10/2420

Auteur: de Redactie

Een team van BTW-deskundigen is continue bezig met jou te informeren over alles wat met BTW of omzetbelasting te maken heeft, zoals nieuwsberichten over BTW, wijzigingen van wetgeving, wijziging van BTW-tarieven en veel meer informatie over BTW.

Deel deze post op

Geef een reactie